De uitvoering van het plan bestaat idealer uit de volgende onderdelen:

1. Werving deelnemers en vrijwilligers. De deelnemers kunnen geworven worden via hun vindplaats (stap 4), hun ouders/verzorgers, het regionale sportservicepunt of de buurtsportcoach. Huidige leden en de (potentiële) deelnemers, hun ouders/verzorgers en samenwerkingspartners kunnen tevens een vrijwilligerstaak binnen de vereniging vervullen.

2. Pas indien nodig de accommodatie aan.

3. Laat trainers en/of coaches  bijscholen om (aangepast) sportaanbod aan te bieden. Deze opleidingen/bijscholingen kunnen gevolgd worden via de betreffende sportbond en de academie voor sportkader (zie opleidingen en competenties) . Belangrijk is dat de trainers het sportaanbod hierdoor verantwoord, op het eigen niveau en de belevingswereld van de deelnemers kunnen verzorgen.

4. Organiseer kennismakingslessen, dit kan op de vereniging zelf maar ook als een lessenserie bij bijvoorbeeld een zorginstelling of een school voor speciaal onderwijs. Een andere mogelijkheid is om aan te haken bij een regionale sportdag of -evenement. Hierbij kan eventueel samengewerkt worden met andere verenigingen om meerdere sporten aan te kunnen bieden. Nodig andere clubleden uit om meteen een goede binding te krijgen en ga in gesprek over mogelijke belemmeringen en oplossingen daarvoor.

5.  Plan een introductiebijeenkomst of -gesprek. Denk aan een startbijeenkomst voor nieuwe deelnemers (en/of ouder/verzorgers) aan het begin van een seizoen. Het is goed om hiervoor ook de huidige leden uit te nodigen, zodat men meteen kennis kan maken en zich welkom voelt. Daarnaast kan met een introductiegesprek met de trainer en deelnemer bepaald worden aan welk (reguliere of aangepaste) sportaanbod structureel wordt deelgenomen en welke specificaties in kader, materiaal, vervoer etc. eventueel wenselijk zijn.

6. Waarborg structurele deelname. Zorg voor een goede sfeer. Het is belangrijk dat er een duidelijk aanspreekpunt binnen de vereniging is voor vragen. Dat kunnen vragen zijn van deelnemers met een beperking of hun ouders, maar ook van bestaande leden zonder beperking die meer willen weten over het aanbod, of van vrijwilligers die vragen hebben over de manier waarop ze het beste met de doelgroep kunnen samenwerken. Het maakt in principe niet uit welke functie deze persoon bekleed binnen het aangepast sporten, als hij/zij er maar genoeg vanaf weet en het voor de sporters (en ouders van de sporters) duidelijk is bij wie ze terecht kunnen met hun vragen. Nodig de doelgroep ook uit voor de verenigingsactiviteiten.

7. Bied competitie spelen aan. Indien het een competitiesport betreft, dan kan er vanuit de structurele aangepaste lessen een competitieles ontstaan die relatief vaker in de week plaatsvindt (2 à 3 keer) en waarvan de deelnemers meedoen aan bestaande regionale of landelijk door de sportbonden georganiseerde competitie. De sportclub kan in dit geval ook wedstrijden organiseren. Tevens kan een talentcoach van de sportbond de talentvolle deelnemers en hun trainers begeleiden bij het aanbieden van een goed trainingsprogramma.

Praktijkvoorbeeld

Wil je weten hoe de stap ‘Voer het plan uit!’ er in de praktijk uit ziet, lees dat het voorbeeld van HTC Zwolle. Binnen voetbalvereniging HTC Zwolle is het G-team volledig geïntegreerd binnen het reguliere bestuur, de competitie, de trainingen en verenigingsactiviteiten. Van de spelers wordt verwacht dat ze zelf initiatief tonen in bijvoorbeeld het organiseren van een activiteit. Daarnaast worden ze ook betrokken bij de vrijwillige taken die van de leden verwacht worden. Dit draagt bij aan de sfeer van het team binnen de vereniging en zo wordt het ook gezien als een volwaardig team.